Pensioenregeling wijzigen: wat is de rol van de ondernemingsraad?
Een pensioenregeling wijzigen kan grote gevolgen hebben voor medewerkers. Denk aan een andere premie, een andere pensioenopbouw of een wijziging van de dekking bij overlijden. Als ondernemingsraad wil je daarom niet alleen weten wat er verandert, maar vooral wat de gevolgen zijn voor verschillende groepen medewerkers. In veel situaties heeft de OR bovendien instemmingsrecht.
Dat maakt pensioen bij uitstek een onderwerp om de OR vroeg bij te betrekken. Niet pas als er een uitgewerkt voorstel ligt waarop alleen nog ja of nee kan worden gezegd.
Wanneer heeft de OR instemmingsrecht bij pensioen?
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR instemmingsrecht bij voorgenomen besluiten over het vaststellen, wijzigen of intrekken van regelingen op grond van een pensioenovereenkomst.
Dat kan bijvoorbeeld gaan om de inhoud van de pensioenregeling, maar ook om afspraken met de pensioenuitvoerder die invloed hebben op het pensioen van medewerkers. Ook de keuze voor een pensioenuitvoerder kan onder het instemmingsrecht vallen.
Het instemmingsrecht geldt niet in iedere situatie. Is de pensioenregeling inhoudelijk geregeld in een cao of verplicht ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds? Dan ligt de medezeggenschap in beginsel bij de vakbonden en heeft de OR op grond van de WOR geen instemmingsrecht over de pensioenregeling.
Betrek de OR op tijd
Formeel moet de werkgever de OR om instemming vragen voordat een instemmingsplichtig besluit wordt genomen. Maar alleen aan die verplichting voldoen, is niet altijd de beste aanpak.
Pensioen is ingewikkeld en een wijziging kan voor medewerkers verschillend uitpakken. De OR heeft daarom tijd nodig om het voorstel te begrijpen, de gevolgen te beoordelen en eventueel een eigen pensioendeskundige in te schakelen. Door de OR vroeg bij het proces te betrekken, ontstaat bovendien ruimte om alternatieven te bespreken. Dat verkleint de kans dat werkgever en OR pas aan het einde van een lang adviestraject ontdekken dat zij fundamenteel anders tegen de voorgestelde regeling aankijken.
Wat moet de OR beoordelen?
De OR kan onder andere kijken naar:
- De pensioenpremie en de verdeling tussen werkgever en medewerker
- De verwachte pensioenopbouw
- De gevolgen voor verschillende leeftijden en groepen medewerkers
- De dekking bij overlijden en arbeidsongeschiktheid
- De kosten en voorwaarden van de pensioenuitvoerder
- Eventuele compensatie voor medewerkers die nadeel ondervinden
- De communicatie naar medewerkers
Welke onderwerpen belangrijk zijn, hangt af van de pensioenregeling en de voorgestelde wijziging. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar gemiddelden te kijken, maar ook naar de gevolgen voor verschillende groepen medewerkers.
De Wet toekomst pensioenen maakt dit extra actueel
De overgang naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp) is voor veel werkgevers aanleiding om hun pensioenregeling te wijzigen. Werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) moeten daarbij keuzes maken over de inrichting van hun nieuwe regeling.
De overgang kan voor medewerkers verschillend uitpakken. Denk bijvoorbeeld aan de overgang naar een leeftijdsonafhankelijke premie en de vraag of compensatie nodig is. Voor de OR is het daarom belangrijk om inzicht te krijgen in zowel de nieuwe regeling als de verschillen met de huidige situatie.
Heeft de OR instemmingsrecht? Dan is het verstandig om de OR al tijdens de voorbereiding bij het traject te betrekken en voldoende tijd in de planning op te nemen voor de beoordeling van het uiteindelijke voorstel.
Wat als de OR niet instemt?
De OR hoeft niet in te stemmen met een voorstel als hij vindt dat de belangen van medewerkers onvoldoende zijn meegewogen of als belangrijke vragen nog niet zijn beantwoord. Dat betekent niet dat het proces direct vastloopt. Werkgever en OR kunnen verder overleggen en onderzoeken of aanpassing van het voorstel mogelijk is. Komen zij er niet uit, dan kan de werkgever de kantonrechter om vervangende toestemming vragen.
Een verschil van inzicht hoeft dus niet meteen tegenover elkaar te staan. Juist door duidelijk te maken waar de bezwaren zitten en welke informatie of aanpassingen nodig zijn, kan het overleg worden voortgezet.
Wat als de werkgever de OR niet om instemming vraagt?
Neemt een werkgever een instemmingsplichtig besluit zonder instemming van de OR en zonder vervangende toestemming van de kantonrechter? Dan kan de OR schriftelijk een beroep doen op de nietigheid van het besluit. Daarvoor geldt een termijn van één maand. Die termijn begint nadat de werkgever de OR over het besluit heeft geïnformeerd. Heeft de werkgever dat niet gedaan, dan begint de termijn zodra de OR merkt dat de werkgever het besluit uitvoert of toepast.
Het is daarom belangrijk dat een OR die twijfelt of zijn instemmingsrecht wordt gerespecteerd, niet te lang wacht met het inwinnen van advies.
Een eigen pensioenadviseur voor de OR
De pensioenadviseur van de werkgever adviseert in opdracht van de werkgever. Dat betekent niet dat werkgever en OR tegenover elkaar moeten staan, maar de OR heeft wel een eigen verantwoordelijkheid bij het beoordelen van een pensioenvoorstel.
Een onafhankelijk pensioenadviseur kan de OR helpen om de regeling te doorgronden, berekeningen en uitgangspunten te beoordelen en de gevolgen voor medewerkers inzichtelijk te maken. Ook kan de adviseur helpen bij het formuleren van vragen en het overleg met de werkgever en diens pensioenadviseur.
Onze ervaring is dat dit overleg het beste werkt als beide partijen hetzelfde doel voor ogen houden: een pensioenregeling die zorgvuldig is afgewogen en waarvan duidelijk is wat de gevolgen zijn voor werkgever én medewerkers.
Pensioenvoorstel beoordelen?
Moet jouw OR instemmen met een nieuwe of gewijzigde pensioenregeling? De pensioenadviseurs van pensioen.com kunnen het voorstel onafhankelijk beoordelen en de OR begeleiden tijdens het overleg en instemmingstraject.
Vraag vrijblijvend een offerte aan. We bespreken eerst wat er speelt en welke ondersteuning jouw OR nodig heeft.
Offerte pensioenadvies OR